Jesaja 1 vers 18 – EEN SCHONE LEI

EEN SCHONE LEI

 

‘Kom nu, laten wij samen een rechtszaak voeren, zegt de HEERE. Al waren uw zonden als scharlaken, ze zullen wit worden als sneeuw; al waren ze rood als karmozijn, ze zullen worden als witte wol’,

Jesaja 1 vers 18

Een schone lei. Heel veel jongeren weten niet meer wat deze uitdrukking betekent. Een lei, die lijkt wel wat op een tablet, maar dan zonder touch screen.
Je schreef erop met een soort krijtje. Vandaar dat je ook bij iemand in het krijt kon staan wanneer je geen schone lei had. Het betekent: in de schuld staan, schulden hebben. En zo kun je als mens voor God in de schuld staan. Je staat in het rood, er staat niet ‘voldaan’ onder je rekening. Ja, denk je: precies, zo is het met mij, ik heb geen schone lei voor God. Maar dan lijkt het me goed om er over na te denken hoe je nu een schone lei krijgt.
De Heere zegt: Kom nu, Israël, laten we samen een rechtszaak voeren. Ja, bij een rechtszaak zitten we toch vaak met de gedachte: nu zwaait er wat. Wat wordt het? Veroordeling of vrijspraak? Schuldig of onschuldig? Wèl of gèèn straf? Maar voordat de rechtszaak begonnen is spreekt de Heere al over een schone lei.
Eigenlijk is Jesaja 1 één klacht over de zonden van het volk. Gods volk is nog minder dan een dier, want een dier is trouw aan zijn baas, maar Israël niet. De zonden van Israël zijn rood als scharlaken (helder rood) en rood als karmozijn (meer dat donkerrode). En wol, met deze kleurstoffen geverfd, is kleurecht,
rood tot op de draad toe. Je krijgt het nooit weg en wast het nooit schoon.
En zo is het ook met de zonden van Israël. Die krijgt Gods volk zelf nooit weg. Ze zijn niet uit te wissen en niet uit te wassen.
In deze meditatie komt de Heere naar ons toe en zegt: ‘Kom nu, laten wij samen een rechtszaak voeren. Al waren uw zonden……’. Wij leven er soms gemakkelijk aan voorbij, maar de Heere houdt ze allemaal bij. Wij staan er niet minder gekleurd op dan Israël, want ook wìj staan bij God in het rood, in de schuld.
Maar dat is de goede, blijde boodschap: laat de Aanklager nu de Witwasser zijn, en laat de Rechter nu de Redder zijn. Hoort u dat? De Heere nodigt, niet dreigend, maar lieflijk, vriendelijk: kom maar tot Mij, al waren uw zonden als scharlaken, ze zullen wit worden als sneeuw; al waren ze rood als karmozijn, ze zullen worden als witte wol.
Als de Heere ons oproept: komt dan en laat ons samen rechten, laten we daar dan niet voor weglopen. Als we weigeren te komen en ontkennen dat we in het rood staan, dan is de Redder straks onze Rechter. Zonder een schone lei loopt het niet best met ons af. Dan zullen we zelf de toorn van God moeten ondergaan, en dat voor eeuwig.
Ja, denk je, ik kan niet geloven dat het voor mij kan, ik voel me een te grote zondaar. Maar een schone lei krijg je zelf nooit voor elkaar, dat is enkel genade. Het kan alleen door het geloof in de Heere Jezus, Die bij machte en gewillig is (Hij kan het en Hij wil het), om van vuurrood sneeuwwit te maken. Hoe Hij dat doet? Door het rode bloed dat Hij heeft gestort. De Heere zegt niet: zand erover, maar bloed. Alleen zo worden ze witgewassen, wit als sneeuw. Nee, niet illegaal, maar legaal. In naam der wet. De Heere bracht er Zijn Zoon tegenin, het Kind van Bethlehem, de Man van smarten, zeg maar gerust: de Onschuld Zelf. God legde al de zondeschuld, al dat scharlaken rood van de zonde op Zijn schouders.

Loof Hem, Die u, al wat gij hebt misdreven,
Hoeveel het zij, genadig wil vergeven.

Gameren G. Wassinkmaat

Jesaja 1 vers 18