Meditatie Exodus 33 vers 1

Exodus 33 vers 15

‘toen zei Mozes tot Hem, tot de Heere; indien Uw aangezicht niet meegaan zal, doe ons van hier niet optrekken’

ZONDER DE HEERE NIET VERDER

We leven in een angstige tijd, in een wereld vol terreurdreiging en geweld. De problemen stapelen zich op en velen vragen zich aan het begin van het nieuwe jaar vertwijfeld af: hoe zal het in 2016 gaan? Wat zal ons boven het hoofd hangen? Het jaar 2016 is voor ons verborgen. We weten niet wat de toekomst brengt. Maar één ding weten we wel: het voornaamste is dat de Heere in dit nieuwe jaar met ons meegaat.

In Exodus 32 lees je de geschiedenis van het gouden kalf. Het volk aanbidt de levende God door middel van een dood kalf. Begrijpelijk, dat Gods liefde verandert in toorn. Want God is te rein van ogen om het kwaad te zien (Hab. 1 vers 13). De Heere kan niet meer te midden van Zijn volk wonen. Mozes moet met het volk verder de woestijn door. God Zelf gaat niet mee maar zendt een engel. Is Mozes daar tevreden mee, gerust op? Nee, dat niet! Hij spant de tent van de samenkomst ver buiten het legerkamp. Mozes doet een krachtig beroep op Gods eigen belofte. Hij bidt.

En wij? Leiden we net als Mozes een biddend leven? Je weet toch wel dat je alle dingen bij God mag brengen?

Dan vraagt de Heere aan Mozes of Hij Zélf moet meegaan om hem gerust te stellen. En wat antwoordt Mozes? ‘Heere, indien Uw aangezicht niet meegaan zal, doe ons van hier niet optrekken’.

Snap je? Mozes is pas gerust als Gods aangezicht met hem meegaat. Hij moet er gewoon niet aan denken dat Hij zonder de Heere verder moet reizen. Dan blijft Hij liever hier, aan de voet van Sinaï. Dan maar niet naar het beloofde land, dan maar water en zand in plaats van melk en honing. Mozes beseft: zonder God, zonder Gods aangezicht kan en durf ik de reis niet verder aan.

Al heb je alles, maar zonder de Heere Zélf is het allemaal nog zo leeg en zo arm. Het gaat om het ene woord genade. En genade betekent méér dan dat je iets van God krijgt. Genade betekent voor Mozes dat God Zélf meegaat. (W. H. Velema)

Gods aangezicht, daar is het Mozes dus om te doen. Zeg maar: Gods persoonlijke zorg en trouw, Zijn gunst en genade. Gods aangezicht is het zichtbare teken van Zijn nabijheid, van Zijn tegenwoordigheid, ja, dat is de Heere Zélf.

Net als dat kind boven in bed. Het blijft maar roepen. Mama roept van alles onder aan de trap: stil maar, probeer maar te slapen. Maar het kind gaat maar door en dan zegt mama tenslotte: moet ik dan zelf boven bij je komen? Ja, dat is het! Mama zelf moet komen, eerder kan het kind niet gerust zijn.

De Heere komt aan het begin van 2016 naar ons toe en vraagt: kun je niet zonder Mij? Durf je niet alleen verder? Moet Ik meegaan om je gerust te stellen?

Het echte geloof erkent met Mozes: ‘Heere, alleen kan ik niet verder, geen enkele schrede’. Het echte geloof wil en durft zonder de Heere de toekomst niet ingaan.

Een kind van God kan er niet tegen als de Heere ver weg is, Zijn aangezicht niet (meer) laat zien. Want als de Heere Zich verbergt wordt het ontzettend donker en is er geen hoop en toekomst.

Misschien zegt u: de Heere met me, kan dat eigenlijk wel, want ik denk zo vaak dat ik m’n eigen boontjes wel doppen kan.

Dat Gods aangezicht meegaat is niet vanzelfsprekend, niet de gewoonste zaak van de wereld, maar genade. Het kan alleen om wille van het Kind in de kribbe, Dat heet: Immanuël, God met ons.

De Heere Jezus kon aan het kruis niet meer zeggen: God is met me. En tóch moest Hij verder, de nacht in, de hel in. Hij bleef alleen over, alleen op Golgotha, alleen onder de last van Gods toorn, alleen in de totale verberging en verwerping van Gods aangezicht.

Waarom? Opdat wij bij God terug kunnen komen en nooit meer door Hem verlaten worden. Ja, opdat we aan het begin van 2016 kunnen zingen: Dit weet ik vast, God zal mij nooit begeven.’

Gameren
G. Wassinkmaat