Meditatie Hosea 2 vers 14b

MAAR DE HEER’ ZAL UITKOMST GEVEN

‘……en aldaar zal zij zingen, als in de dagen van haar jeugd, als ten dage, toen zij optoog, wegtrok uit het land Egypte’, Hosea 2 vers 14b

Denk het je eens in: een stel, gelukkig getrouwd, houdt veel van elkaar, maar na verloop van tijd is de glans, de gloed weg. De buitenwacht merkt niets, maar het vuur van de eerste liefde is gedoofd. Nu, dat komt óók voor in het leven van het geloof, dat de eerste liefde voorbij is. Wat de eerste liefde is? Dat is de tijd, waarin je de Heere Jezus leert kennen als je Zaligmaker en belijdt: ‘ik heb Hem lief, omdat Hij mij eerst liefhad.’

En dan denk je vaak dat die eerste liefde nooit meer overgaat. Maar wat gebeurt er? Je geloof zakt in, je mist die diepe vrede en blijdschap, kortom: de eerste liefde is weg. En diep in je hart weet je best: het is m’n eigen schuld.

In Hosea 2 gaat het om een volk dat moet zeggen: de eerste liefde is weg, vroeger zongen we uit volle borst, maar nu niet meer. Onmogelijk!

Maar wat belooft de Heere nu? ‘En aldaar zal zij zingen, als in de dagen van haar jeugd, als ten dage, toen zij optoog, wegtrok uit het land Egypte.’

Het is bar en boos. Israël, het volk van het verbond, lijkt als twee druppels water op Gomer, de vrouw van Hosea. Zoals Gomer Hosea bedriegt en haar lichaam geeft aan andere mannen, zo ruilt Israël de HEERE, de God van het verbond, in voor de heidense goden, zeg maar: houdt er andere liefjes op na. En wat gebeurt er dan? De Heere leidt Zijn volk de woestijn, de ballingschap, in. Máár Hij vergeet het niet. Daar zal Hij spreken naar het hart van Israël en opent Hij een deur van hoop. En daar gaat Gods volk weer zingen, net als vroeger, toen het wegtrok uit Egypte.

Weet je nog? Mozes staat samen met de kinderen van Israël aan de oever van de Schelfzee (Exodus 15). Ze zijn zo vol van de bevrijding uit Egypte dat ze zingen van de grootheid en goedheid van God. Een loflied!

Maar wat nu zo erg is? Ze verslingeren hun hart aan de heidense afgoden en zingen dol enthousiast de liederen tot eer van Baäl.

Maar nu belooft de Heere dat Israël dit lied opnieuw leert zingen. Waar? In de woestijn van de ballingschap, waar het volk alles kwijtraakt en de Heere hun één en al wordt.

Herkent u dat niet? Het lied van de eerste liefde, dat misschien al jaren verstomde, wordt verdiept en opnieuw geleerd in de woestijn, waar God je soms zo ontzettend veel afneemt. Op dat ziekbed, met dat kruis op je schouders, als alles je bij de handen wordt afgebroken. Want daar laat God zien dat Hij je niet vergeet, getrouw blijft en nooit loslaat wat Zijn hand begon.

Een aantal jaren terug was het heel gewoon dat je thuis voor God zong. Moeders in de keuken, gezinnen bij het orgel, vaders op hun werk. Martinus Nijhoff maakte er gedichten over, over een schippersvrouw bij Zaltbommel die op haar schip psalmen zong. En over zijn moeder: ‘prijs God’, zong ze, ‘Zijn hand zal u bewaren.’

Zingen voor God. Gebeurt dat nog? Wordt u ’s morgens nog wel eens wakker met de woorden van een psalm of lied in uw hart?

Ja zeg je, zingen, ik kan het niet meer, ik heb tijden gehad dat ik zo vol was van de liefde van God dat mijn mond er van overliep, maar er is zoveel gebeurd.

Wat je dan doen moet? Denk dan eens terug, ja, ga weer terug naar het begin, de liefde van Christus en belijdt: ‘och, werd ik derwaarts weer geleid, dan zou mijn

mond U de ere geven.’ De Heere staat op de uitkijk, wacht met uitgebreide armen en zegt: ‘M’n kind, laat het weer worden zoals in het begin, toen je Mij zo hartelijk liefhad.’

Kom, wie zet in? ’Maar de Heere zal uitkomst geven.’

Wassinkmaat
Gameren